Sint Hippolytus, patroon van onze stad en van onze kapel

In 1986 heeft pastoor Eugen Lang, uit de Duitse plaats Böhmenkirch, een boek uitgegeven met als titel “Hippolyt von Rom und seine Patronate in sechs europäischen Ländern” (171 pagina’s). Meer dan 30 jaar daarvoor ontstond zijn interesse voor de patroon van zijn eigen parochie, Sint Hippolytus. Gedurende 25 jaar verzamelde hij zeer veel gegevens uit o.a bisschoppelijke archieven in Duitsland, Frankrijk, Luxemburg en Nederland, om vervolgens gegevens te verzamelen van vakmensen, pastoors en personen die zich in de kerkgeschiedenis interesseren. Er ontstond een uitgebreide briefwisseling en gaandeweg waren 67 patronaten te registreren: 34 in Frankrijk, 21 in de toenmalige Bondsrepubliek Duitsland, 4 in Nederland (waaronder Delft), elk 3 in Oostenrijk en Zuid-Tirol en 2 in Luxemburg. Daarnaast was het zijn bedoeling duidelijkheid te scheppen over de persoon van Hippolytus.
Spoedig bleek dat serieus onderzoek slechts een Hippolytus accepteert, namelijk Hippolytus van Rome.

Legenden
Uitvoerig gaat pastoor Lang in op het ontstaan van legenden. “De Theseus-, Prudentius- en officierslegende, de laatste in verbinding met Sint Laurentius, hadden deze grote en tegelijk tragische gestalte uit de 3e eeuw in het Avondland, de rol van een “paardenheilige” opgedrongen”, schrijft pastoor Lang in het voorwoord van zijn boek.
Ook gaat hij in op de vraag of “Hippolytus van Porto” (Porto is een havenstad aan de monding van de Tiber) dezelfde persoon is als “Hippolytus van Rome”.  Er zijn geleerde voor- en tegenstanders van deze opvatting, zodat deze vraag vooralsnog open blijft.

Het nu volgende is ontleend aan het genoemde boek.
Hippolytus van Rome

Hippolytus van Rome is vóór 170 geboren en stamde waarschijnlijk uit een adellijke familie uit Klein-Azië of Alexandrië. Hij was een leerling van Ireneus, de belangrijkste theoloog van de 2de eeuw en “vader van de katholieke dogmatiek”. Deze leerde Hippolytus kennen rond het jaar 194 in Gallië. Hippolytus’ veelzijdige kennis en zijn bijzondere ijver in het onderzoeken en de verkondiging van Gods woord volgens de Heilige Schrift hadden tot gevolg dat hij, reeds onder paus Victor I (189-198), in de Romeinse clerus werd opgenomen en tot priester gewijd. Sinds het begin van de derde eeuw werkte hij in Rome.
Hippolytus is van grote betekenis geweest als kerkelijk schrijver. Hiëronymus (331-420) noemt 19 titels van zijn boeken en vermeldt nog verschillende andere geschriften. Hippolytus werkte als dogmaticus, exegeet, predikant, dichter, historicus en zelfs als astronoom. Pas door de ontdekking in 1551 van zijn standbeeld, vermoedelijk op de plaats waar hij begraven was, was het mogelijk veel van zijn geestelijke werken te identificeren, omdat in de sokkel van de kathedra veel van de titels van zijn geschriften ingebeiteld staan. Dit - door Pirro Logorio (1500-1583) gerestaureerde - standbeeld wordt beschouwd als het oudste standbeeld uit de christelijke tijd. Het toont de toenmalige Priester van Rome in zittende houding op zijn leerstoel.
Tegenpaus
Hij is de geschiedenis ingegaan als de Grieks-schrijvende priester en vooral als de eerste tegenpaus.
Bij de keuze van paus Callistus I (217-222), een voormalige slaaf, veroorzaakte Hippolytus een splitsing. Oorzaken waren persoonlijke tegenstellingen tussen Callistus en Hippolytus, over de boetepraktijk en verdere punten van de kerkelijke tucht. Hierdoor escaleerden de bestaande spanningen omtrent de logos-theorie tot een openlijk conflict. Zo kwam het dat Hippolytus, die de bedreigde eenheid van de kerk wilde redden, door zijn aanhangers, een minderheid, tegen zijn wil, tot de eerste tegenpaus gekozen werd. Dit schisma duurde nog voort onder de pausen Urbanus I (222-230) en Pontianus (230-235).

Verzoening
Zijn laatste levensperiode werd door andere invloeden bepaald. Gedurende de kerkvervolging onder de Romeinse keizer Maximus Trax, werd Hippolytus, die in hoog aanzien stond,  samen met de regerende paus Pontianus in het jaar 235 naar Sardinië verbannen, waar de beide kerkhoofden, de een als rechtmatige paus, de ander als schismaticus, in hetzelfde jaar bezweken aan de ontberingen en de zware dwangarbeid in het ongezonde klimaat.
Hier, op Sardinië, kwam, door het samen gedragen leed, de verzoening van Hippolytus met de Kerk tot stand. Paus Pontianus schijnt voor Hippolytus, die zich nog steeds als bisschop van Rome beschouwde, een “gouden brug” naar de terugkeer tot de Kerk gebouwd te hebben, indien hij zelf zijn ambt neerlegde en aan de gemeente in Rome een nieuwe bisschopskeuze overliet. Dit maakte het voor Hippolytus mogelijk de vrede met de kerk te zoeken en zijn aanhangers te bevelen, zijn voorbeeld te volgen en de nieuwe bisschop van Rome te erkennen. Met de keuze van paus Anterus (235-236) was het schisma beëindigd.
De lichamen van beide martelaren werden naar Rome overgebracht. Paus Pontianus werd in de Kalixtus-catacombe bijgezet, Hippolytus in een begraafplaats aan de Via Tiburtina, niet ver verwijderd van het graf van de H. Laurentius.
Rond het jaar 400 behoorde Hippolytus tot de populairste martelaren van Rome. Hij werd veelvuldig afgebeeld, zijn naam dikwijls als doopnaam gekozen en eeuwenlang werd zijn graf door talrijke gelovigen en bedevaartgangers bezocht. Hij was, zoals de Spaanse dichter Prudentius (geboren rond 348, een van de grootse oud-christelijke dichters van het Avondland) hem schildert, in de oudste tijd een soort “modeheilige”, aan wiens voorspraak men een bijna onfeilbare verhoring toeschreef. Het feest van de H. Hippolytus op 13 augustus was toen een bedevaartsdag voor geheel Italië. Een massa pelgrims uit alle standen, afkomstig vanuit Rome en alle landstreken, stroomde naar het graf van de heilige, waar de paus de feestpreek hield.
In een middeleeuwse hymne wordt Hippolytus geroemd en aangeroepen, opdat hij een advocaat en voorspreker moge zijn voor hen die de Kerk verlaten hebben, omdat hijzelf een tijdlang tot hen heeft behoort.
De Hippolytus-onderzoeker pastoor Reutterer schrijft: “De terugkeer van Hippolytus is te waarderen als een groot heldendom. De heilige zou nooit als bloedgetuige worden vereerd, wanneer hij onverzoend met de Kerk gestorven zou zijn.”.

___________________________________________________