Over de patroonheilige van de stad Delft en van deze kapel: Sint Hippolytus

1. Hoe komt Sint Hippolytus in Delft ?

Sinds 1396 is de naam van Sint Hippolytus verbonden met Delfts geschiedenis. De aanleiding daartoe gaat nog verder terug.
In 1246 had het toenmalige gehucht Delft stadsrechten gekregen van Graaf Willem. Maar in 1359 had het die weer verspeeld door tijdens de Hoekse en Kabeljauwse twisten tegen het zittende gezag te kiezen en die strijd te verliezen. Hertog Albrecht van Beieren legde de stad zware straffen op. De Delvenaren moesten eigenhandig hun omwalling afbreken; de marktrechten werden nietig verklaard. Maar na haar strijd aan de zijde van diezelfde hertog Albrecht tegen de Friezen in 1396 kregen de burgers van Delft bij wijze van beloning die verloren rechten weer terug. De officiële akte is gedagtekend op 13 augustus, Sint-Hippolytusdag. Vanaf dat moment is 'Hippoliet’, zoals hij vertrouwelijk heet in de Delftse volksmond, de stadspatroon.
Daarmee werd hij ook de beschermheilige van de Oude Kerk.
2. Wie was Sint Hippolylus?

Volgens de legende was hij gevangenbewaarder op het moment dat de beroemde martelaar Sint Laurentius daar werd vastgehouden. Hippolytus was zo getroffen door diens standvastigheid tijdens zijn folteringen dat hij zich door hem tot Christus liet brengen. Het gevolg was dat hij zich met alle negentien personeelsleden van zijn huishouding liet dopen. Van hen is alleen de naam van zijn min, Concordia, nog overgeleverd.

Na Laurentius' marteldood betoonde hij zich een goed christen door de martelaar eerbiedig te begraven. Maar Keizer Valerianus kreeg er lucht van en die dreigde hem met zijn hele huishouding te onthoofden, als hij niet terugkwam van zijn dwaling. Concordia bezwoer hem liever te sterven dan ontrouw te zijn. Al de zijnen werden inderdaad omgebracht met het zwaard, maar Hippolytus werd met touwen achter een paar wilde paarden vastgebonden en net zolang door distels en dorens gesleept tot hij bezweek.
Op deze manier maakte Hippolytus de betekenis van zijn naam waar. Niet alleen kan die vertaald worden met 'paardenlosmaker' of 'paardenuitspanner', maar ook met 'degene die door paarden wordt vermorzeld'. Een dergelijke naamsverklaring ligt waarschijnlijk aan de basis van deze legende, waarvan de martelscene bovendien veel gelijkenis vertoont met die van Hippolytos uit de Griekse mythologie.
De moderne wetenschap onderscheidt drie verschillende heiligen die 'Hippolytus van Rome' heten; ze worden alle drie op 13 augustus herdacht. Sommigen menen dat het hier uiteindelijk toch om een en dezelfde persoon gaat: *)

1. Hippolytus van Porto, Italie; bisschop en martelaar; + tijdens de regering van Alexander Severus: (222-235 of 252?) Feest (13 augustus, maar meestal) 22 augustus.

2. Hippolytus van Rome, Italië; aanvankelijk tegenpaus, later bekeerd en kerkvader;
+ 235 of 236.
Door zijn vele geschriften werd Hippolytus van Rome een van de grote kerkvaders. Zijn strenge houding tegenover de afgevallen christenen bracht hem in conflict met Paus Callixtus. Tenslotte heeft hij zijn aanhangers onderwerping aan de wettige Paus aangeraden. Verbannen naar Sardinië, stierf hij met Paus Pontianus als martelaar. Zij zijn in Rome begraven.
Feest 13 augustus (westerse kerk: tezamen met Paus Pontianus; in bet Missale Romanum van na 1570 tezamen met Cassianus)
30 januari (oosterse kerk: tezamen met o.a. Chrysis, Cyriacus, Maximus, Sabinianus e.a.).

3. Hippolytus van Rome, Italie; soldaat en martelaar; + tussen 250 en 253.
Feest 13 augustus.
Hij was de patroon van de gevangenbewaarders, van al wie met paarden omging en van de paarden zelf; zijn voorspraak werd ingeroepen bij allerhande kwalen. Hij wordt afgebeeld als Romeins soldaat, met schild en lans, waaraan soms een vaantje wappert; herhaaldelijk heeft hij een of meer paarden bij zich. Beroemd is het schilderij van Dirc Bouts, waarop zijn marteling in serene stilte wordt afgebeeld.


3. Hippolytus' verering in Delft

Langs allerlei omzwervingen waren in de loop van de middeleeuwen Hippolytus' relieken in de stad Keulen beland. Toen de Delvenaren in 1396 de Oude kerk aan hem toewijdden, wendden ze zich dus tot die stad om relieken te verkrijgen.

Dat zal in de loop straks van belang blijken. Want acht jaar later ging men op zoek naar een passende patroonheilige (naast Maria!) voor de Nieuwe kerk op de Markt. Enkele mensen die acht jaar geleden naar Keulen meegeweest waren, hadden daar gezien hoe zijn verering was verbonden met die van Sint Ursula en de Elfduizend Maagden. Dus besloot men haar te kiezen als patrones van de Nieuwe Kerk!

Tot aan de Reformatie was 13 augustus in Delft een vrije dag; die begon met een mis in de kerk en met een rondgang of processie door de stad; daarna werd er markt gehouden. De gracht die vanuit het zuiden naar het koor van de Oude kerk loopt heet tot op de dag van vandaag Hippolytusbuurt.


4. Hippolytus na de Reformatie

Toen kwam de Reformatie. De aanhangers daarvan moesten o.a. niets hebben van heiligenverering. Op 23 april 1573 ging de Oude Kerk over in handen van de 'Nieuwe Leer' (Calvinisme). Elke andere vorm van geloofsbeleving wend officieel verboden en strafbaar gesteld. In de praktijk betekende het voor de katholieken dat de voormalige pastoor van de Hippoliet uitweek naar het Begijnhof even verderop naar het noorden, aan de westzijde van het Oude Delft. Daar bleef hij voor een handvol getrouwen zijn ambt uitoefenen. Als patroon voor zijn schuilkerkje handhaafde hij natuurlijk de naam van Sint Hippolytus. (Juist zoals zijn collega van de Nieuwe Kerk voor zijn schuilkerkje op het Bagijnhof Sint Ursula koos). In de loop van de volgende twee eeuwen zijn beide kerkjes op het Begijnhof samengevoegd en overgegaan tot de Oud-Katholieke Kerk. Maar wie er nu op het bordje naast de voordeur leest hoe dat kerkje heet, constateert dat Hippolytus' naam is verdwenen: Maria en Ursula.


5. Hippolytus sinds de 19e eeuw

Voortaan kerkten de Roomsen in de voormalige schuilkerk van de jezuïeten aan de Oude Langendijk die na hun uitwijzing in 1708 door de Franciscanen werd beheerd. Deze was aan Sint Jozef toegewijd. Daaruit groeide tenslotte de neogotische kerk aan de Burgwal, die tot in de zestiger jaren van de 20e eeuw Sint Jozefkerk heeft geheten: tegenwoordig toegewijd aan Maria van Jesse.

Toen begin 19e eeuw de voorloper van de neogotische kerk te klein werd, begon men te denken aan een tweede parochie. Deze werd opgericht in 1804; als patroon werd weer gekozen voor Sint Hippolytus. Eind 19e eeuw betrokken de parochianen het nieuwe kerkgebouw dat door architect Cuypers aan de oostkant van de Voorstraat was neergezet. Boven de ingang was een stenen beeld aangebracht van de patroonheilige. En in het hoofdaltaar moet zich een reliek bevonden hebben van Hippoliet.
In de jaren zestig van de 20e eeuw werden de kosten aan het gebouw zo hoog en was het aantal gelovigen in de Delftse binnenstad zo drastisch gedaald dat deze kerk moest worden afgebroken; wat er van de relieken is geworden en van het beeld aan de ingang...? Dat alles gaf veel verdriet en conflicten temidden van de gelovigen. Een gedeelte van de parochianen ging kerken in de voormalige kapel van de Heilige Geestzusters op de hoek van de Nieuwstraat en het Oude Delft: sindsdien heel dit gebouwtje: Sint Hippolytuskapel.
________________________________________

*)  Dat het om een en dezelfde persoon gaat wordt onderschreven door pastoor Eugen Lang uit de Duitse plaats Böhmenkirch. In 1986 heeft hij een boek uitgegeven met als titel “Hippolyt von Rom und seine Patronate in sechs europäischen Ländern”

Klik hier voor een korte samenvatting uit genoemd boek.


De marteldood van Sint Hippolytus. Triptiek van Dirk Bouts en Hugo van der Goes. (ca. 1470-9)